Zo werkt de gemeente

Met de gemeente komt u op allerlei manieren in aanraking. Bij de verkiezingen voor de gemeenteraad, als het vuil wordt opgehaald, bij het aanvragen van een vergunning voor de bouw van een dakkapel, bij de verlenging van het paspoort of rijbewijs of bij de aangifte van de geboorte van een kind.

De gemeente is, na de rijksoverheid en de provincie, de kleinste zelfstandige bestuurseenheid in het Nederlandse staatsbestel. Per 1 januari 2016 zijn het er 390. In al die Nederlandse gemeenten wordt een aantal landelijke regels, op een zelfde manier toegepast. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van uitkeringen en het paspoort moet er in alle gemeenten hetzelfde uitzien.

Toch zijn er wel degelijk grote verschillen tussen de ene en de andere gemeente. Een grote stad, waar veel mensen dicht op elkaar wonen, kent andere problemen en voert een ander beleid dan een dunbevolkte plattelandsgemeente die uit een aantal kleine kernen bestaat. Ambtenaren, gemeenteraadsleden, wethouders en burgemeester zijn er samen verantwoordelijk voor dat de zaken in de gemeente goed lopen.

Verschillen tussen gemeenten worden ook veroorzaakt door andere voorkeuren van de bevolking. Kiest men in de ene gemeente voor de uitbouw van een theater, in een naburige gemeente wil men het geld liever besteden aan de verhoging van de leefbaarheid in de oude wijken. Het maken van die keuzes is de voornaamste taak van het gemeentebestuur. Als inwoner van een gemeente heeft u er rechtstreeks invloed op. Niet alleen bij de gemeenteraadsverkiezingen maar ook tussentijds zijn er mogelijkheden om uw stem te laten horen.

Wat doet de gemeente?

taken en werkterreinen

Gemeenten krijgen hun geld voor meer dan 90 procent van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenaamde Gemeentefonds, een fonds waarin het Rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de gemeenten. Deze inkomsten mag de gemeente naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Gemeentefonds ontvangen de gemeenten zogenaamde doeluitkeringen van het Rijk, uitkeringen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer of jeugdhulpverlening. Hoeveel een gemeente krijgt, is afhankelijk van het aantal inwoners en plaatselijke omstandigheden.

Daarnaast mag een gemeente zelf belasting heffen. De onroerend-zaakbelasting die voor woningen en bedrijfspanden geldt is de belangrijkste bron van eigen inkomsten. Andere bronnen van inkomsten zijn de toeristenbelasting, de hondenbelasting en de parkeergelden. De hoogte van de belastingen wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Dat gebeurt ook met de vaststelling van de tarieven die de gemeente aan de burgers vraagt voor bepaalde diensten, zoals parkeren, leges, reinigingsrechten.

Een van de belangrijkste taken van de gemeente is de zorg voor voldoende woonruimte. Om de aanleg van nieuwe woonwijken mogelijk te maken en de ontwikkelingen in bestaande wijken en het buitengebied in de hand te houden maakt het gemeentebestuur structuurplannen en bestemmingsplannen. Voor de inwoners van de gemeente zijn bestemmingsplannen van groot belang, daarin ligt vast wat er met de grond mag gebeuren. Of u een schuur bij uw huis mag bouwen, of u een bedrijfje aan huis kunt beginnen, zijn zaken die in het bestemmingsplan vastliggen.

Een ander belangrijk werkterrein voor de gemeente is verkeer. De gemeente maakt plannen voor een goede doorstroming van het verkeer. De gemeenteraad besluit over de aanleg van wegen, parkeerterreinen, woonerven, voetgangerstunnels, fietspaden. Dankzij de Wet Milieubeheer heeft de gemeente greep op het milieu. Vervuilende bedrijven kunnen uit woonwijken worden geweerd, de milieupolitie kan optreden tegen mensen die op onjuiste wijze groot vuil aanbieden of gevaarlijke stoffen afvoeren.

De gemeente heeft een verscheidenheid aan taken op onderwijsgebied. De gemeenteraad bestuurt het plaatselijk openbaar onderwijs. Ook voor het bijzonder onderwijs draagt ze de zorg voor voldoende schoolruimte. De ambtenaren die toezien op naleving van de leerplichtwet zijn in dienst van de gemeente. In toenemende mate vormen zaken als gezondheidszorgwelzijncultuursport en recreatie het werkterrein van de gemeente. De verruiming van de naschoolse opvang en het beheer van een cultureel centrum of een sportpark, het zijn allemaal zaken waarover de gemeenteraad besluiten neemt.

Al geruime tijd hevelt de rijksoverheid bepaalde taken en bevoegdheden over naar de gemeenten. Deze decentralisatie moet gemeenten meer armslag en verantwoordelijkheden geven. Werden voorheen subsidies vanuit een Haags ministerie aan plaatselijke instellingen verstrekt, tegenwoordig hebben gemeenten een zeer belangrijke vinger in de pap als het gaat om toewijzing van het geld. Aan de andere kant zijn er natuurlijk ook terreinen waar de gemeente zich niet mee bemoeit. Zo is het gemeenten niet toegestaan om een eigen buitenlands beleid te voeren. Ook de omvang en inzet van het defensie-apparaat behoren niet tot de gemeentelijke taken.

Wie werken voor de gemeente?

Raadsleden

Volgens de Grondwet is de gemeenteraad het hoogste orgaan in een gemeente. De samenstelling van de gemeenteraad wordt eens per vier jaar bepaald op grond van de gemeenteraadsverkiezingen. In principe kan iedere inwoner van 18 jaar of ouder lid worden van de gemeenteraad. De politieke partijen maken een lijst van kandidaten waaruit de kiezers een keuze maken. Het raadslidmaatschap kost, wanneer men het goed wil doen tenminste, behoorlijk wat tijd. Afhankelijk van de grootte van een gemeente gaat er per maand 30 tot 100 uur werk in het raadslidmaatschap zitten. En dat gebeurt meestal in de vrije tijd, want een raadslid krijgt wel een vergoeding voor de bezigheden, maar te weinig om van te kunnen leven. Het raadslidmaatschap wordt meestal uitgevoerd naast een andere baan. De functie van de gemeenteraad is te vergelijken met die van een algemeen bestuur van een organisatie, instelling of vereniging. Hoofdtaken van de gemeenteraad zijn het vaststellen van de hoofdlijnen van beleid en het toezien op de uitvoering daarvan. In de gemeenteraad heeft ieder lid een even zware stem. Beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen.

Burgemeester

In tegenstelling tot raadsleden en (indirect) wethouders wordt de burgemeester niet gekozen, maar benoemd door de Kroon. Dat betekent dat er een Koninklijk Besluit genomen wordt. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) draagt een kandidaat voor. Wanneer ergens een vacature ontstaat, worden sollicitanten opgeroepen via een advertentie in de Staatscourant. Intussen maakt de gemeenteraad meestal een lijstje met eigenschappen waaraan de nieuwe burgemeester zou moeten voldoen, een profielschets. De meeste gemeenteraden stellen ook een vertrouwenscommissie in die een voorkeursvolgorde van kandidaten mag aangeven. De gemeenteraad besluit uiteindelijk over de selectie van kandidaten en stuurt een lijstje met tenminste twee namen naar de minister van BZK. Meestal volgt deze de aanbeveling van de gemeenteraad op. Voorafgaand aan de aanbeveling kunnen gemeenten een zogenaamd burgemeestersreferendum organiseren. Alle kiesgerechtigde inwoners mogen daarbij een voorkeur uitspreken voor een van de twee geselecteerde kandidaten.

De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad en voorzitter van het college van b en w. De burgemeester heeft een aantal eigen wettelijke taken en bevoegdheden. Hij is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid in de gemeente. In veel gemeenten houdt de burgemeester zich ook bezig met het promotiebeleid of de voorlichting, de 'communicatie', van de gemeente. Als benoemd bestuurder heeft de burgemeester ook een beetje de functie van opzichter. De wet spreekt over zijn 'zorgplicht' ten aanzien van bijvoorbeeld de tijdige voorbereiding van beleid en de goede samenwerking met andere overheden. Hij moet besluiten van de gemeenteraad en het college uitvoeren, maar als hij vindt dat die in strijd met de wet of het algemeen belang zijn, dan kan hij zo'n besluit voor vernietiging voordragen bij de minister van BZK.

De benoeming van de burgemeester geldt steeds voor een periode van zes jaar. Na advisering door de gemeenteraad wordt een burgemeester meestal automatisch herbenoemd. Alleen de Kroon, de Koning en de ministers, kan de burgemeester ontslaan, de gemeenteraad dus niet.

Wethouders

Wethouders worden door de raad benoemd. Als één van de raadsleden tot wethouder wordt benoemd, kan hij geen raadslid meer zijn. Een andere vertegenwoordiger van zijn partij volgt hem op als raadslid. Ook is het mogelijk dat de raad iemand van buiten de eigen kring of zelfs van buiten de eigen gemeente tot wethouder benoemt. Wel geldt in dat laatste geval de eis dat de wethouder uiterlijk binnen een jaar na benoeming binnen de gemeentegrenzen komt wonen.

Elke wethouder heeft zijn eigen taakgebied of portefeuille, zoals onderwijs, openbare werken, financiën, huisvesting, sport en cultuur. Net als het aantal raadsleden is het aantal wethouders van de gemeente afhankelijk van het aantal inwoners. Daarnaast maken de politieke partijen die het college vormen afspraken over het aantal wethouders en de specifieke inhoud van de portefeuilles. Het wethouderschap is in de meeste gemeenten een meer dan volledige dagtaak, al komen in sommige gemeenten zowel deeltijd- als voltijdswethouders voor en is het in het slinkend aantal kleine gemeenten een deeltijdbaan. De wethouder krijgt, afhankelijk van de grootte van de gemeente, een salaris. Tussen raad en wethouder geldt, net als tussen Tweede Kamer en minister, de vertrouwensregel. Verliest de wethouder het vertrouwen, dan moet hij aftreden.

College van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders (b en w) is het dagelijks bestuur van de gemeente. Ook zorgt het college voor het uitvoeren van landelijke regelingen, het zogenaamde medebewind. Voorbeelden daarvan zijn het uitvoeren van de Algemene Bijstandswet, de Werkloosheidswet en de Wet Milieubeheer. Als dagelijks bestuur is het college van b en w de eerst verantwoordelijke instantie voor de financiën van de gemeente. Het college voert het personeelsbeleid van de gemeentelijke organisatie.

Het college heeft voor de uitvoering van haar taken tal van wettelijke bevoegdheden. Een voorbeeld daarvan is het aan- en verkopen van gemeentelijke eigendommen. In het college heeft iedere wethouder zijn eigen taakgebied of portefeuille, maar over het gebruiken van bepaalde bevoegdheden moet door het college als geheel besloten worden. B en w beslissen bij meerderheid van stemmen, waarbij de stem van de burgemeester dubbel telt als de stemmen staken.

Het college is over het gevoerde beleid verantwoording schuldig aan de gemeenteraad en kan door de gemeenteraad ter verantwoording worden geroepen. Als de gemeenteraad het niet eens is met een collegebesluit, kan de raad dit besluit echter niet herroepen. Wel kan de raad er bij het college op aandringen een ander besluit te nemen; in het uiterste geval kunnen een of meerdere wethouders naar huis worden gestuurd.

Ambtelijke organisatie

Als burgers hebben we vaak meer met ambtenaren dan met bestuurders te maken. Ambtenaren hebben tot taak besluiten voor te bereiden en uit te voeren. Ambtenaren zijn niet alleen op gemeentehuizen te vinden. Veel gemeenten hebben een eigen milieupolitie, ambtenaren met speciale opsporings- en bekeuringsbevoegdheden. Ook stratenmakers en de vuilnisophalers kunnen in dienst zijn van de gemeente. Aan het hoofd van de gemeentelijke organisatie staat de gemeentesecretaris.

De gemeentesecretaris heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van B en W en het ambtelijk apparaat. Hij is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de ambtelijke organisatie en is aanwezig bij de vergaderingen van het college.

De ambtelijke organisatie in Renswoude is verdeeld in afdelingen voor onderdelen van het provinciale beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, waterstaatszaken, ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en vervoer.

De ambtelijke ondersteuning van de gemeenteraad is in handen van een griffier, die overigens binnen de ambtelijke organisatie in zijn functie als griffier, niet onder de gemeentesecretaris valt.

Hoe werkt de gemeenteraad

Raadsvergaderingen

Politiek hoogtepunt in het zittingsjaar van de gemeenteraad vormt de begrotingsbehandeling, die meestal vroeg in het najaar plaatsvindt. Het vaststellen van de begroting is een belangrijke bevoegdheid van de raad. Het college vanb  en w doet voorstellen voor nieuwe uitgaven en bezuinigingen die hij het komend jaar nodig acht. In uitvoerige debatten bespreekt de gemeenteraad de plannen, wijzigt wat hij nodig en wenselijk acht en stelt ten slotte de begroting vast. Het college heeft zich daar dan aan te houden. Een andere belangrijke bevoegdheid van de raad is het vaststellen van verordeningen, een soort gemeentelijke wetten. Een voorbeeld is een subsidieverordening, waarin regels zijn vastgelegd over toekenning van subsidies aan plaatselijke organisaties. Het college moet verordeningen uitvoeren.
In vrijwel alle gemeenten vergadert de gemeenteraad op een vast tijdstip, minimaal eens per maand.

Commissies

Het raadswerk bestaat lang niet alleen uit het bijwonen van de raadsvergaderingen. Een belangrijk deel van het voorbereidende werk wordt in de raadscommissies gedaan. Raadscommissies, hun taken en bevoegdheden, worden ingesteld door de gemeenteraad. Gemiddeld genomen vergaderen de commissies vaker dan de voltallige gemeenteraad. Om in een vroegtijdig stadium invloed uit te oefenen richten burgers en belangengroepen zich vaak op de raadscommissies. Er zijn verschillende soorten commissies. Raadscommissies bestaan uit raadsleden, maar er kunnen ook burgers in worden benoemd. Commissies houden zich meestal met een bepaald beleidsterrein bezig, bijvoorbeeld financiën. In zulke commissies worden zaken besproken, voordat ze in de voltallige raad aan de orde komen. In Renswoude hebben we 1 raadscommissie.

Het college kan ook commissies instellen, vaak commissies met een concrete taak, zoals bij voorbeeld het beheer van sportaccommodaties of de toewijzing van woningen. In dergelijke commissies worden vaak belanghebbende en/of deskundige burgers benoemd.

Wijkraden, dorpsraden en deelgemeenteraden

In veel gemeenten komen wijkraden of dorpsraden voor. Vaak wordt wanneer door gemeentelijke herindeling een nieuwe grote gemeente ontstaat in de afzonderlijke wijken of kernen een wijk- of dorpsraad opgericht. Dorps- of wijkraden krijgen hun taken en bevoegdheden van het centrale gemeentebestuur. Wijk- of dorpsraden vertegenwoordigen de bevolking van een bepaalde wijk of kern en hebben een voornamelijk adviserende taak. Ze geven door 'wat er leeft' onder de bevolking en zijn een officieel aanspreekpunt voor het gemeentebestuur.

Amsterdam en Rotterdam, de twee grootste steden, kennen deelgemeenteraden. Deelgemeenteraden hebben meer status dan wijk- of dorpsraden. Ze worden net als de gewone gemeenteraad rechtstreeks door de wijkbewoners gekozen bij officiële verkiezingen. Deelgemeenteraden worden ingesteld om de besluitvorming en de taakuitvoering dichter bij de burgers te brengen. Taken en bevoegdheden krijgen ze van het gemeentebestuur overgedragen. Binnen zekere grenzen kunnen ze een eigen beleid op het terrein van bij voorbeeld verkeer, de inrichting van de openbare ruimte, cultuur en sport en de afvalverwerking, voeren. Deelgemeenteraden beschikken over eigen budgetten en eigen ambtenaren.

Hoe wordt de raad samengesteld?

Verkiezingen

Eens per vier jaar worden, op een vaste dag, in heel Nederland gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Tussentijdse verkiezingen worden alleen gehouden wanneer op basis van een herindeling een nieuwe gemeente wordt gevormd en ook een nieuwe gemeenteraad moet worden gekozen.

Alle inwoners van 18 jaar en ouder kunnen op verkiezingsdag naar de stembus. Bij gemeenteraadsverkiezingen kunnen niet alleen mensen met de Nederlandse nationaliteit hun stem uitbrengen. Ook buitenlanders die tenminste vijf jaar in ons land wonen en een verblijfsvergunning hebben, hebben actief en passief kiesrecht op gemeentelijk niveau. Burgers van andere landen van de Europese Unie hebben deze rechten al direct vanaf het moment dat ze zich in een Nederlandse gemeente vestigen.

Op het stembiljet voor de gemeenteraadsverkiezingen staan de namen van de belangrijkste landelijke politieke partijen vermeld. Die partijen hebben plaatselijke afdelingen die zich met de gemeentepolitiek bezighouden. Daarnaast zijn er vaak groeperingen die alleen in de eigen gemeente opereren. Partijen als Gemeentebelangen, Lijst Jansen of Leefbaar Molendam richten zich meestal uitsluitend op kwesties die in het dorp of de stad zelf spelen.<

Alle partijen proberen op eigen wijze zo veel mogelijk stemmen te winnen. Zeker in verkiezingstijd bestaan voor de kiezer volop mogelijkheden kennis te nemen van het gedachtegoed en de standpunten van de deelnemende partijen. In de meeste gemeenten wordt daarnaast ook door middel van verkiezingsborden, debatbijeenkomsten, uitslagenavonden en in toenemende mate met speciale verkiezingssites aandacht aan de verkiezingen besteed.

Collegevorming

Na de verkiezingen is de eerste belangrijke bezigheid van de nieuwgekozen gemeenteraad het formeren van een college en de benoeming van de wethouders. De partij die als grootste uit de stembus is gekomen heeft het voortouw bij de college-onderhandelingen. Al naar gelang die onderhandelingen kan het college van b en w verschillende vormen aannemen. In sommige gemeenten wordt een meerderheidscollege gevormd. Daarin hebben gelijkgezinde partijen die samen een meerderheid hebben alle wethoudersposten in handen. Aan zo'n college ligt een beleidsprogramma ten grondslag, daarom wordt het ook wel een programcollege genoemd. Als voordeel van een programcollege geldt dat het krachtdadig op kan treden, een duidelijke politiek kan voeren. Als nadeel wordt genoemd dat partijen die buiten het college staan, geen invloed op het beleid hebben.

Een alternatief voor het meerderheidscollege vormt het afspiegelingscollege. In dat geval vormt het dagelijks bestuur een min of meer getrouwe afspiegeling van de gemeenteraad. Als voordeel kan worden genoemd dat alle belangrijke partijen bij het beleid betrokken worden. Als nadeel kan gelden dat het door de noodzakelijke compromissen minder duidelijk wordt welk beleid het college van plan is te voeren.

De eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen vinden plaats in 2022.

Inwoner en gemeente

Voorlichting

Behalve bij gemeenteraadsverkiezingen kunt u ook tussentijds invloed uitoefenen op het gemeentelijk beleid. Raadsvergaderingen zijn openbaar, vergaderingen van raadscommissies ook. Schriftelijke stukken die door de raad worden behandeld, kunnen door iedereen worden opgevraagd. Een gemeentebestuur kan afwachten tot inwoners om inlichtingen over het beleid komen vragen. Het kan ook zelf de boer opgaan door actief voorlichting te geven. Vrijwel alle gemeenten hebben voorlichtingsambtenaren in dienst om de inwoners over het beleid te informeren. Dat doen ze onder meer door bij voorbeeld een eigen gemeentekrant, voorlichtingspagina's en advertenties in huis-aan-huis-bladen, teletekst en rubrieken op de lokale radio, allerlei informatieve brochures en folders. De laatste jaren wordt steeds meer gebruik gemaakt van de eigen gemeentelijke website.

Als inwoner kunt u in veel gevallen uw mening kenbaar maken voordat een definitief besluit is genomen. De Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dragen de overheid zelfs op om ook ongevraagd de inwoners voor te lichten over belangrijke besluiten. Zo is wettelijk voorgeschreven dat ontwerpbesluiten, zoals bestemmingsplannen, een bepaalde periode op het gemeentehuis ter inzage moeten worden gelegd. Belanghebbenden kunnen daar bezwaar tegen maken. Eerst bij de gemeente zelf, vervolgens bij Gedeputeerde Staten en tenslotte bij de minister.

Inspraak

Inspraak, het invloed geven van de burger op beslissingen die nog genomen moeten worden, is in veel gevallen wettelijk verplicht. In welke mate inspraak wordt gegeven is echter sterk afhankelijk van de gemeente waar men woont. Inspraak kan allerlei vormen hebben, al naar gelang het karakter van de beslissing die moet worden genomen. De gemeente kan alleen de meest betrokkenen om hun mening vragen, bij voorbeeld leerkrachten en oudercommissie bij de inrichting van een schoolplein, of alle inwoners, bij voorbeeld bij een verkeersplan voor de hele gemeente. De inspraak kan schriftelijk worden geregeld, maar ook mondeling, bij voorbeeld in de vorm van het houden van een hoorzitting.

Naast allerlei georganiseerde vormen van inspraak is er de mogelijkheid het beleid te beïnvloeden via een raadslid of een wethouder. Belangengroepen en actiecomités onderhouden vaak veelvuldig contact met wethouders en raadsleden. Wie wil dat het gemeentebestuur iets doet of nalaat, kan hem of haar opbellen of e-mailen, een of meer raadsleden proberen te overtuigen of een partijvergadering bezoeken. In vrijwel alle officiële gemeentelijke informatie staan dit soort contactmogelijkheden vermeld.

Bij het betrekken van inwoners bij het beleid wordt steeds meer internet ingezet. Bij het vormen van een mening, het op interactieve wijze informatie geven over het beleid, het in beeld brengen van mogelijke oplossingsrichtingen voor bepaalde problemen, wordt tegenwoordig meer en meer gebruik gemaakt van de mogelijkheden van de nieuwe media. Veel gemeenten doen de laatste jaren aan zogenaamde interactieve beleidsvorming. Daarbij gaat het dan om bij voorbeeld de herinrichting van een centraal plein in de gemeente. Omwonenden en belanghebbenden worden in een interactief proces uitgenodigd om wensen en ideeën te formuleren en zo mogelijk een voorkeur uit te spreken. Inwoners reageren dan niet meer, zoals in het geval van inspraak, op kant en klare plannen, maar maken zelf die plannen mee. De gemeenteraad neemt uiteindelijk de beslissingen. De raad houdt dan wel zo veel mogelijk rekening met de plannen die inwoners samen met ambtenaren en wethouder(s) hebben gemaakt.

Bezwaar

Diverse wetten en verordeningen bieden de inwoner de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen tegen een beslissing van het gemeentebestuur. Wie bezwaar wil aantekenen tegen een besluit van het college of de raad kan terecht bij de gemeentelijke bezwaarschriftencommissie. Tegen veel beslissingen is bovendien beroep mogelijk bij de provincie en uiteindelijk bij de Kroon. Men kan ook naar de rechter stappen. Met name de beroepsmogelijkheden die de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Wet Milieubeheer bieden, worden veelvuldig door inwoners en belangengroepen benut.

Niet alleen tegen beslissingen van het gemeentebestuur is bezwaar mogelijk, ook tegen de manier waarop ambtenaren hun werk doen. Wie zich door het optreden van een ambtenaar benadeeld voelt, kan daarover klagen bij de betreffende dienst of directie, bij een wethouder of een raadslid. In veel gemeenten bestaan speciale ombudslieden of klachtendiensten voor de behandeling van klachten over ambtenaren.